ECLI:NL:RBDHA:2025:18122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 21 februari 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Voor Syrië gold echter een besluit- en vertrekmoratorium van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met maximaal één jaar werd verlengd tot 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 15 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld om binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een bestuurlijke dwangsom toe te kennen of proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Van de Mortel, zonder dat partijen zijn gehoord in een zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend tijdens het besluitmoratorium.