Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
(X) Ja
( ) Nee
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat de uiterste beslistermijn van 21 maanden, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, op 25 juli 2025 is verstreken. De minister van Asiel en Migratie heeft onvoldoende gemotiveerd verlenging van de beslistermijn toegepast, waardoor de wettelijke termijn van zes maanden geldt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevat een uitgebreide motivering over de toepasselijkheid van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken en de tijdelijke opschorting van bestuurlijke dwangsommen. De rechtbank benadrukt dat alleen in bijzondere gevallen een andere termijn kan worden bepaald en dat de dwangsom wordt opgelegd om naleving van de beslistermijn af te dwingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.