ECLI:NL:RBDHA:2025:18047

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
NL24.18845
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister

Verzoeker, van Indiase nationaliteit, kreeg op 25 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting, omdat partijen hiermee instemden. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL24.18843) en verklaarde het beroep ongegrond.

Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit is afgewezen omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18845

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
Van Indiase nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. De minister heeft met het besluit van 25 juli 2025 aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat partijen hiermee hebben ingestemd.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.18843, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.