In dit exhibitieincident vordert de curator in het faillissement van Q.E.D. dat Formex Healthcare wordt bevolen om binnen veertien dagen na betekening een afschrift te verstrekken van correspondentie aan klanten van Q.E.D. over de verwerking van bestellingen per 31 mei 2023. Tevens wordt gevorderd dat DigiJuris B.V. inzage krijgt in de administratie van Formex Healthcare, met afschrift van facturen en bankafschriften vanaf 26 mei 2023, voor zover deze betrekking hebben op klanten van Q.E.D. De curator vordert daarnaast een dwangsom bij niet-naleving en proceskostenvergoeding.
Formex Healthcare voert verweer dat zij niet proactief relaties van Q.E.D. heeft benaderd en betwist de omvang van de portefeuille van Q.E.D. De rechtbank oordeelt dat Formex Healthcare verplicht is de gevraagde correspondentie te verstrekken en dat de inzage beperkt wordt tot relaties vermeld op een door de curator overgelegde lijst. De rechtbank gaat ervan uit dat DigiJuris B.V. zorgvuldig omgaat met de gegevens en geen specifieke zoektermen vaststelt.
De gevorderde dwangsom wordt toegewezen omdat het verzoek mede dient ter onderbouwing van de vermeende schade. Formex Healthcare wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting van 29 oktober 2025 voor verdere behandeling.