Eiser heeft op 5 juni 2023 een opvolgende asielaanvraag ingediend met het argument dat hij bij terugkeer naar Sri Lanka gevaar loopt vanwege zijn politieke overtuiging en deelname aan demonstraties voor Tamil Eelam in Nederland.
De minister heeft deze aanvraag op 26 mei 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2025 behandeld en verklaart het beroep ongegrond.
De rechtbank overweegt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Sri Lankaanse autoriteiten. Het thematisch ambtsbericht bevestigt dat alleen prominente figuren van verboden organisaties worden vervolgd, wat niet op eiser van toepassing is.
Verder is niet gebleken dat oud-LTTE-leden systematisch worden vervolgd en dat de monitoring van de autoriteiten zodanig ernstig is dat dit leidt tot een reëel risico voor eiser. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat eiser geen gegronde vrees heeft aangetoond.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.