ECLI:NL:RBDHA:2025:18001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit en beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
Eiseres, een Oekraïense vreemdeling, ontving op 6 augustus 2025 een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Tevens werd haar medegedeeld dat haar recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 was geëindigd en dat de tijdelijke bevriezingsmaatregel op 4 september 2025 zou stoppen. Vanaf die datum mocht zij niet meer werken en moest zij binnen vier weken vertrekken uit de opvang en Nederland.
Eiseres stelde op 23 augustus 2025 beroep in tegen het terugkeerbesluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Op de datum van deze uitspraak was er al een uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.40139), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit en het einde van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen.