ECLI:NL:RBDHA:2025:17872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek afhankelijkheidsrelatie kind
Eiser, een Myanmarese asielzoeker, diende op 23 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiser is biologische vader van een Nederlands kind, maar zit in een Catch-22 situatie waardoor hij zijn kind niet kan erkennen en geen formele rol heeft in de familierechtelijke procedure.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of er een afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen eiser en zijn zoon, terwijl dit cruciaal is voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het belang van het kind.
Eiser heeft een positief DNA-resultaat overlegd dat zijn vaderschap bevestigt, maar verweerder heeft niet toegelicht wat dit betekent voor de belangen van het kind. De rechtbank wijst op het arrest Chavez-Vilchez en het beleid in IB 2021/33, waarin het hogere belang van het kind en de afhankelijkheidsrelatie centraal staan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de belangen van het kind en nader onderzoek naar de afhankelijkheidsrelatie. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek.