ECLI:NL:RBDHA:2025:17869
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontzegging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring
De minister van Asiel en Migratie heeft op 13 september 2023 het EU-verblijfsrecht aan verzoeker ontzegd en hem ongewenst verklaard. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar bij besluit van 13 mei 2025 verklaarde de minister dit bezwaar ongegrond. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 22 september 2025. De gemachtigde van de minister was aanwezig, maar verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig. De rechtbank deed op dezelfde dag uitspraak in de hoofdzaak en verklaarde het beroep tegen de ontzegging van het EU-verblijfsrecht niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond.
Gelet op deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk en ongegrond is verklaard.