ECLI:NL:RBDHA:2025:178
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 7 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. De minister moest binnen een verlengde termijn van vijftien maanden, tot 5 juli 2024, een besluit nemen. Op 27 december 2023 diende eiser een eerste beroep in tegen het niet tijdig beslissen, dat op 17 juni 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken.
Eiser stelde de minister opnieuw in gebreke op 14 oktober 2024 en diende op 22 oktober 2024 een opvolgend beroep in. Dit beroep werd echter eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken bij indiening.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.