Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] van 9 april 2025 met productie 1;
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft de opzegging van het lidmaatschap van de gedaagde bij een amateurtuindersvereniging en de gevolgen daarvan. De vereniging vordert een verklaring voor recht dat het lidmaatschap per 1 januari 2024 is beëindigd, ontruiming van de tuin en teruggave van sleutels. Tevens vordert zij medewerking aan verkoop van opstallen en planten, welke laatste vordering wordt afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursbesluit tot opzegging op 1 november 2023 is genomen, goedgekeurd door de algemene vergadering op 25 november 2023 en de opzegging schriftelijk is bevestigd per 1 december 2023. De gedaagde heeft niet tijdig vernietiging van het besluit gevorderd, waardoor het besluit onaantastbaar is geworden. De beëindiging van het lidmaatschap per 1 januari 2024 staat daarmee vast.
De rechtbank oordeelt dat het lidmaatschap onafscheidelijk verbonden is aan het gebruiksrecht op de tuin en dat dit gebruiksrecht met het beëindigen van het lidmaatschap vervalt. Op grond van redelijkheid en billijkheid moet de gedaagde de tuin ontruimen en aan de vereniging ter beschikking stellen. Ook moet zij de verenigingssleutels teruggeven, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vordering tot medewerking aan verkoop van de opstallen wordt afgewezen, omdat daarvoor geen grondslag bestaat in de statuten, het reglement of de redelijkheid en billijkheid. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het lidmaatschap is per 1 januari 2024 beëindigd; gedaagde moet de tuin ontruimen en sleutels teruggeven, medewerking aan verkoop wordt afgewezen.