ECLI:NL:RBDHA:2025:17658
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. W. de Wit, rechter in een belastingzaak (zaaknummer AWB 24/6343). Het verzoek werd ingediend op 21 juli 2025, terwijl de feitelijke grond voor wraking reeds op 11 juli 2025 bekend was geworden.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de grond tot wraking moet worden ingediend, waarbij een korte beraadtermijn acceptabel is. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor het tijdsverloop van tien dagen tussen het bekend worden van de grond en de indiening. Hierdoor werd het verzoek als te laat beschouwd.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en besloot dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 22 september 2025 openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder redelijke verklaring.