Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:17658

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
C/09/688953/KG RK 25-1006
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening

In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. W. de Wit, rechter in een belastingzaak (zaaknummer AWB 24/6343). Het verzoek werd ingediend op 21 juli 2025, terwijl de feitelijke grond voor wraking reeds op 11 juli 2025 bekend was geworden.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de grond tot wraking moet worden ingediend, waarbij een korte beraadtermijn acceptabel is. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor het tijdsverloop van tien dagen tussen het bekend worden van de grond en de indiening. Hierdoor werd het verzoek als te laat beschouwd.

De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en besloot dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 22 september 2025 openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder redelijke verklaring.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2025/48
zaak- /rekestnummer: C/09/688953 / KG RK 25-1006
Beslissing van 22 september 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat mr. J.H. Weermeijer te Valkenswaard,
strekkende tot de wraking van
mr. W. de Wit,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 21 juli 2025,
- de schriftelijke reactie van de rechter van 18 augustus 2025.
1.2.
Op 8 september 2025 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de rechter,
- de heer [naam] , namens de wederpartij in de hoofdzaak, als toehoorder.
Verzoeker en zijn gemachtigde zijn – zonder bericht van verhindering – niet ter zitting verschenen.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer AWB 24/6343 tussen verzoeker en de Inspecteur van de Belastingdienst.

3.De beoordeling

3.1.
Een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat hij toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. Een wrakingsverzoek dient daarom te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is.
De door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn aan hem bekend geworden op de zitting van 11 juli 2025. Het verzoek is gedaan op 21 juli 2025. Voor het tijdsverloop van tien dagen is door verzoeker geen redelijke verklaring gegeven. Het verzoek is daarom te laat ingediend en verzoeker kan dan ook niet worden ontvangen in het verzoek. Aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek komt de wrakingskamer daarom niet toe.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
4.3.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker p/a zijn advocaat mr. J.H. Weermeijer;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M. Nijenhuis, M.F. Baaij en D.M. Drok, in tegenwoordigheid van de griffier A.E. van Gent en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.