ECLI:NL:RBDHA:2025:17651
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken aanwijzingen rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in zijn strafzaak wegens vermeende vooringenomenheid en ernstige procedurele onregelmatigheden, waaronder het niet tijdig verstrekken van inhoudelijke stukken en procesinformatie. Verzoeker voerde aan dat dit zijn verdedigingsrechten schaadde en de schijn van partijdigheid wekte.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat de klachten vooral betrekking hadden op de bejegening door griffiemedewerkers, wiens handelen niet aan de rechter kan worden toegerekend tenzij de rechter daartoe opdracht geeft. De rechter had bovendien geen bemoeienis gehad met de zaak omdat het onderzoek nog in de voorbereidende fase was.
Er werden geen feiten of omstandigheden vastgesteld die wijzen op vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.