ECLI:NL:RBDHA:2025:17649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning referent voor verblijfsdoel arbeid wegens twijfel continuïteit onderneming
Eiseres, die koerierdiensten aanbiedt binnen de Benelux sinds 2002, heeft een aanvraag ingediend voor erkenning als referent om een Sri Lankaanse vreemdeling in haar onderneming te laten werken. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet was opgenomen in het register van Stichting normering arbeid. Na verwijdering van een code uit het handelsregister was opname niet langer noodzakelijk, maar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) bracht een negatief advies uit vanwege twijfel over de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming.
Tijdens de hoorzitting erkende de gemachtigde van eiseres dat zij niet had voldaan aan het verzoek van de RvO om aanvullende financiële informatie te verstrekken. Eiseres stelde dat de late indiening van financiële stukken te wijten was aan haar boekhouder en dat zij groot belang had bij erkenning vanwege het stoppen van een vennoot. De minister zag echter geen reden om de stukken alsnog aan de RvO voor te leggen.
De rechtbank oordeelde dat het advies van de RvO zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de minister dit terecht aan zijn besluitvorming ten grondslag had gelegd. De late indiening van stukken en het belang van eiseres waren onvoldoende zwaarwegend om het negatieve advies te negeren. Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing bleef in stand en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor erkenning als referent is ongegrond verklaard.