ECLI:NL:RBDHA:2025:17645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over betalingsregeling en niet-ontvankelijkheid bezwaarbrief UWV
Eiser ontving een WW-uitkering en toeslag en werd door het UWV terugvorderingen opgelegd wegens niet doorgegeven inkomsten van zijn partner. Het UWV stelde een betalingsregeling vast, maar herinnerde eiser aan een betalingsachterstand via een brief van 3 mei 2024. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar het UWV verklaarde dit bezwaar ongegrond en niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 3 mei 2024 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze geen nieuwe rechtsgevolgen schept maar slechts herinnert aan bestaande verplichtingen. Hierdoor was bezwaar tegen deze brief niet mogelijk en had het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Verder staat vast dat eiser geen tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de primaire besluiten uit 2011 en 2015, waardoor deze in rechte vaststaan. Het verzoek van eiser om herziening van deze besluiten is door het UWV afgewezen, maar het UWV moet nog beslissen op het bezwaar tegen die afwijzing. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en wijst het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk, en draagt het beroep ter verdere behandeling over aan het UWV.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd en het bezwaar tegen de brief wordt niet-ontvankelijk verklaard.