ECLI:NL:RBDHA:2025:17621

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
NL25.13842
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-tijdig beslissen op asielaanvraag leidt tot niet-ontvankelijkheid beroep en proceskostenveroordeling

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 januari 2023. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag op 15 mei 2025 ingewilligd, waardoor het beroep feitelijk zijn doel heeft verloren.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen procesbelang meer heeft conform artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ondanks deze niet-ontvankelijkheid veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten die eiser heeft gemaakt vanwege het niet tijdig beslissen.

De proceskosten worden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 24 september 2025 door rechter B.F.Th. de Roos.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13842

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 25 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 januari 2023.
Bij besluit van 15 mei 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Eiser heeft medegedeeld dat hij het beroep zal intrekken indien verweerder bereid is tot vergoeding van de proceskosten en het formulier Verstrekking bankgegevens uploadt in het digitale dossier.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Aangezien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, en verweerder met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen, heeft eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.