ECLI:NL:RBDHA:2025:17612
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing opvolgende rechterlijke machtiging verblijf in accommodatie voor cliënt met fronto-temporale dementie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar voor cliënt met fronto-temporale dementie, verblijvend in een zorginstelling. Cliënt gaf aan ten onrechte te zijn opgenomen en wilde terugkeren naar zijn woning, maar erkende dat hij gedwongen was opgenomen.
Cliënt werd bijgestaan door zijn advocaat die primair afwijzing van het verzoek vorderde en subsidiair een kortere machtigingsduur. De specialist ouderengeneeskunde bevestigde de diagnose dementie en cognitieve achteruitgang, en stelde dat voortzetting noodzakelijk is vanwege ernstig nadeel en toenemende onrust bij afloop machtiging.
De rechtbank constateerde dat cliënt volledig afhankelijk is van derden voor dagelijkse levensverrichtingen, met ernstig nadeel door zijn aandoening en ontremd gedrag. Terugkeer naar huis is niet haalbaar. De rechtbank wees het verzoek tot machtiging voor twee jaar af, maar verleende een opvolgende machtiging voor de duur van één jaar, omdat een stap van zes maanden naar twee jaar te groot is.
De beslissing is genomen na zorgvuldige afweging van belangen, waarbij het belang van cliënt en zijn omgeving is meegewogen. De machtiging geldt tot en met 22 september 2026 en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van één jaar voor voortzetting van verblijf in een accommodatie.