ECLI:NL:RBDHA:2025:17596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens ernstige bedreiging openbare orde en oplegging vertrekplicht
Eiser, afkomstig uit Syrië, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning asiel en in 2018 een vergunning voor onbepaalde tijd. De minister trok deze vergunning met terugwerkende kracht vanaf 24 maart 2019 in vanwege een onherroepelijke veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor meerdere ernstige gewelds- en zedendelicten. Tevens werd een vertrekplicht opgelegd en werd eiser voor tien jaar gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).
Eiser voerde aan dat hij geen actuele en ernstige bedreiging meer vormde, verwijzend naar positieve gedragsveranderingen en begeleiding. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende had gemotiveerd dat eiser een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Het eerdere strafrechtelijke verleden, overtreding van voorwaarden voor invrijheidstelling en het risico op herhaling rechtvaardigen dit oordeel.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat het opleggen van de vertrekplicht een direct gevolg is van de intrekking van de verblijfsvergunning. Het feit dat terugkeer naar Syrië vanwege risico’s op schending van artikel 3 EVRM Pro niet mogelijk is, verhindert de intrekking niet. De rechtbank verleende eiser vrijstelling van griffierecht en passeerde ambtshalve een bevoegdheidsgebrek omdat dit eiser niet benadeelde.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 19 september 2025. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning, de vertrekplicht en de SIS-signalering wordt ongegrond verklaard.