ECLI:NL:RBDHA:2025:17591

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
NL24.40233
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van zijn vader. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 19 september 2024 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde het besluit bij het besluit van 12 december 2024.

Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld bij de rechtbank (zaak NL24.50566). Verzoeker verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter, hangende het beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat de meervoudige kamer van de rechtbank inmiddels uitspraak had gedaan in de hoofdzaak en het beroep ongegrond had verklaard.

Daarom achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 19 september 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.40233
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D. van Elp),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van zijn vader. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van
19 september 2024 afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (NL24.50566), zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak NL24.50566, heeft de meervoudige kamer van de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.