ECLI:NL:RBDHA:2025:17569
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksuele handelingen met minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar in de periode mei tot juni 2015. De aangeefster verklaarde dat de seksuele handelingen plaatsvonden rond haar 15e verjaardag, maar de exacte datum kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting werden verklaringen van de aangeefster en haar dagboek geraadpleegd. Uit het dagboek bleek dat zij op 16 mei 2015 nog gevoelens van verliefdheid uitsprak, en op 27 juni 2015 melding maakte van seksuele handelingen met verdachte. Er was echter een lacune in het dagboek tussen 3 en 26 juni 2015, waardoor het tijdstip van de handelingen niet exact kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de seksuele handelingen plaatsvonden voordat de aangeefster 16 jaar was. Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk vanwege de vrijspraak. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten, die tot op heden nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat seksuele handelingen met minderjarige onder 16 jaar hebben plaatsgevonden.