In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van het UWV. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door het UWV is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank stelt vast dat vanwege een tekort aan verzekeringsartsen sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere termijn voor het nemen van een beslissing gerechtvaardigd is. Op basis van eerdere jurisprudentie legt de rechtbank een termijn van zes weken op voor het verrichten van een medische beoordeling door een verzekeringsarts, gevolgd door drie weken voor het nemen van een besluit, in totaal maximaal negen weken na verzending van de uitspraak.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen deze termijn alsnog een beslissing moet nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en worden proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 29 september 2025.