Uitspraak
Gezag en omgang c.q. zorgregeling
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- de man toestemming verleend, welke de toestemming van de vrouw vervangt, tot erkenning van de minderjarige [de minderjarige] ;
- de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
- bepaald dat partijen vóór 1 april 2022 aan de rechtbank dienen te laten weten of er vanuit de hulpverlening inmiddels groen licht is voor begeleide omgang tussen de man en [de minderjarige] bij het Wilmahuis;
- bepaald dat de vrouw de man één keer per kwartaal zal informeren over het wel en wee van [de minderjarige] ;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de omgangs- of zorgregeling pro forma aangehouden.
- het bericht van 10 september 2024 van de Raad voor de Kinderbescherming;
- het bericht van 5 november 2024 van de Raad voor de Kinderbescherming;
- het F9-formulier van 19 december 2024 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 14 januari 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het rapport van 14 februari 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming, met kenmerk [kenmerk] ;
- het F9-formulier van 4 maart 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het F9-formulier van 25 maart 2025 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 27 maart 2025 van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 17 april 2025 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 8 juli 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
- de man met zijn advocaat;
- de vrouw met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.