ECLI:NL:RBDHA:2025:17488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortzetting maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 juni 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en de minister heeft op 5 september 2025 de rechtbank geïnformeerd over de voortzetting van de bewaring, met het verzoek tot rechtmatigheidsbeoordeling.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 19 september 2025 behandeld via telehoren. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in het uitzetten van hem uit Nederland en dat eerdere bewaringen en fouten bij de beoordeling van zijn verblijfsrecht in Spanje in de huidige beoordeling betrokken moesten worden. De rechtbank concludeerde dat sinds het vorige onderzoek op 27 juni 2025 meerdere rappels en vertrekgesprekken hebben plaatsgevonden en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen onrechtmatigheid is in de voortzetting van de bewaring. Ook werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.