ECLI:NL:RBDHA:2025:17390

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
22 september 2025
Zaaknummer
NL25.43063
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van Dublin-overeenkomst toegewezen

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-overeenkomst.

De minister heeft aangekondigd dat verzoeker op 24 september 2025 zal worden uitgezet naar Oostenrijk. Verzoeker heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd om deze uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen aan Oostenrijk totdat het beroep is behandeld.

Daarnaast is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,00. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het besluit tot uitzetting van verzoeker naar Oostenrijk wordt geschorst en uitzetting wordt verboden totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43063

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Burema)
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. Bij besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Bij brief van 16 september 2025 heeft de minister aan verzoeker meegedeeld dat hij op 24 september 2025 om 11.50 uur zal uitreizen in het kader van de Dublin-overeenkomst naar Oostenrijk. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot een verbod op verwijdering uit Nederland alvorens op het beroep is beslist.
3. Na afweging van de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Door toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening wordt de overdrachtstermijn opgeschort.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen wordt de minister veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet naar Oostenrijk totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.