ECLI:NL:RBDHA:2025:17288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2025 behandeld en concludeert dat het beroep ongegrond is. De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en dat het feit dat de minister in het bestreden besluit uitgebreider op bezwaren ingaat dan in het voornemen geen zorgvuldigheidsgebrek oplevert.
Verder wijst de rechtbank het betoog van eiser af dat Nederland vanwege onvoldoende grensbewaking Duitsland niet verantwoordelijk kan houden. De rechtbank bevestigt dat Duitsland terecht verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Het beroep wordt afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.