ECLI:NL:RBDHA:2025:17276

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
NL25.31881
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens gegrondverklaring beroep

Verzoekster heeft op 15 mei 2025 een asielaanvraag ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 15 juli 2025 niet in behandeling is genomen, met de reden dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoekster stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 29 augustus 2025 in een zitting waarbij verzoekster, haar minderjarige dochter, en de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren. Op dezelfde dag als de uitspraak in deze voorlopige voorziening deed de rechtbank uitspraak op het beroep van verzoekster, waarbij het beroep gegrond werd verklaard.

Omdat het beroep gegrond is verklaard, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep van verzoekster gegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31881

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], v-nummer: [nummer 1], verzoekster

mede namens haar minderjarige dochter
[naam dochter], v-nummer: [nummer 2]
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 15 mei 2025 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en haar minderjarige dochter, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.31880, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond heeft verklaard, moet de minister de proceskosten van verzoekster vergoeden. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde rechtmatig verleende rechtsbijstand vast op €907 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.