ECLI:NL:RBDHA:2025:17219
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit na herhaalde asielaanvraag
Verzoeker heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend kort voor zijn geplande uitzetting naar Tunesië. De minister besloot de uitzetting niet uit te stellen omdat de aanvraag volgens hem louter was bedoeld om het vertrek te frustreren en geen nieuwe relevante elementen bevatte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de geplande uitzettingsvlucht, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij de aanvraag niet eerder kon indienen en heeft geen relevante nieuwe feiten of documenten overgelegd.
Daarnaast faalt het beroep op het gezinsleven met een Oekraïense vrouw, omdat verzoeker dit niet aannemelijk heeft gemaakt en hij ook vanuit het buitenland een reguliere aanvraag kan indienen. Ook de medische situatie van verzoeker is niet onderbouwd. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit wordt afgewezen en de uitzetting kan doorgaan.