Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Wij, verbalisanten, verklaren het volgende:
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum 1] 2002
Geboortedatum: [geboortedatum 1] -2002
- de maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 130 km/u als gevolg van artikel 21 onder Pro a van het RVV 1990.
- de bestuurder van de personenauto de controle over zijn voertuig verloor;
Deze hypothese kon worden bevestigd.
- de bestuurder van de personenauto de ter plaatse toegestane maximumsnelheid overschreed ten tijde van het verkeersongeval;
Deze hypothese kon worden bevestigd.
De airbagmodule van de betrokken Ford is door mij uitgelezen met behulp van de Crash Data Retrieval (Bosch CDR) diagnoseapparatuur.
Betrokkene werd aansluitend opgenomen tot 15-05-2024.
iknaar haar en ik zag dat zij op haar telefoon zat en dat niet zag. Toen zei ik "Kijk uit". Ik zag dat zij keek en daarbij gelijk uitweek. Zij week uit naar links. Zo hard dat wij tegen de vangrail aankwamen en daarna stuurde zij weer naar rechts en wilde zij uitwijken. Volgens mij gaf zij daar gas bij waardoor wij aan de andere kant weer tegen de vangrail aankwamen. Het
waseen hele harde klap.
de rechtbank begrijpt: de [verdachte]).
De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat de verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden, tijdens het rijden haar telefoon heeft vastgehouden en daardoor was afgeleid en te dicht achter de auto voor haar is gaan rijden. Deze drie gedragingen zijn in artikel 5a eerste lid, onder g, h en k WVW uitdrukkelijk benoemd als voorbeelden van schendingen van de verkeersregels. Daar komt bij dat de verdachte een auto heeft bestuurd waarin zes personen zaten, terwijl er in de auto maximaal plaats is voor vijf personen, en er twee personen bij elkaar op schoot zaten op de bijrijdersstoel. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte in een toestand verkeerde als bedoeld in artikel 8, derde lid WVW (artikel 5a, tweede lid WVW). Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte meerdere verkeersregels heeft geschonden.
150kilometer per
werd toegebracht, terwijl zij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde, lid van de Wegenverkeerswet 1994;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (ZES) MAANDEN;
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;
120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;
3 (DRIE) JAREN;
1 (EEN) JAAR,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.