ECLI:NL:RBDHA:2025:16877

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
NL25.28581
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag

Verzoekster heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 20 juni 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer NL25.28580.

Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat op het onderliggende beroep inmiddels is beslist, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 september 2025 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28581

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Met het besluit van 20 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond
Verzoekster heeft beroep (NL25.28580) ingesteld tegen het bestreden besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat zij niet zal worden uitgezet voordat er op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummer NL25.28580 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.