ECLI:NL:RBDHA:2025:16864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Egypte
Eiser is sinds 20 juli 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 5 september 2025 behandeld via telehoren.
De rechtbank heeft eerder op 5 augustus 2025 geoordeeld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de periode vanaf 1 augustus 2025. Eiser stelt dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat de Egyptische autoriteiten geen laissez-passer zullen afgeven, ondanks dat het lp-traject al bijna een jaar loopt zonder reactie.
De rechtbank stelt vast dat er geen aanwijzingen zijn dat de Egyptische autoriteiten het lp zullen weigeren. De minister heeft toegezegd dat de liaison-officer in Egypte binnenkort onderzoek zal doen naar de identiteit van eiser, wat mogelijk de vertraging verklaart. De voortgangsrapportage toont dat er recentelijk rappels zijn gedaan en een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden.
De rechtbank acht de gang van zaken voldoende voortvarend en ziet geen reden om een lichter middel toe te passen. Eiser weigert mee te werken aan zijn uitzetting, waardoor de langere duur van de bewaring voor zijn rekening komt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.