ECLI:NL:RBDHA:2025:16836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar gestelde vader in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af vanwege onduidelijkheden over haar geboortedatum en het ontbreken van bewijs voor de familierechtelijke relatie en gezag.
Eiseres betoogde dat de minister een te zware bewijslast hanteerde en dat alternatieven zoals een DNA-test hadden moeten worden aangeboden. Ook stelde zij dat een overgelegde schoolpas ten onrechte niet was onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres is om haar identiteit en relatie aannemelijk te maken en dat de minister terecht twijfels had vanwege tegenstrijdige geboortedata en ontbrekende gezagsdocumenten.
De rechtbank vond dat de minister voldoende onderzoek had gedaan, waaronder een hoorzitting, en dat de schoolpas niet relevant was voor de familierechtelijke relatie. Gezien de contra-indicaties was het niet onredelijk om eiseres niet het voordeel van de twijfel te geven. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en familierechtelijke relatie.