ECLI:NL:RBDHA:2025:16826
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 29 april 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 15 augustus 2025 behandeld, waarbij partijen en een tolk aanwezig waren. Tevens was een vertegenwoordiger van Nidos als toehoorder aanwezig.
Op 2 september 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.20722). Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.E.A. Braeken in aanwezigheid van griffier S. van den Broek. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.