ECLI:NL:RBDHA:2025:16738
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Portugal als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.37603), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.