ECLI:NL:RBDHA:2025:16724

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
10 september 2025
Zaaknummer
SGR 24/28
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Bouwbesluit 2012
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning brandcompartimentering appartementen

Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft verleend voor het veranderen van de brandcompartimentering van drie appartementen. De vergunning voorziet in een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 30 minuten, terwijl eisers een weerstand van 20 minuten wensen.

De rechtbank oordeelt dat het college gehouden was te beslissen op de aanvraag zoals ingediend, waarin 30 minuten weerstand was opgenomen. Deze aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012, zodat er geen reden is het besluit te vernietigen. Eisers kunnen een nieuwe aanvraag indienen indien zij een andere weerstand willen.

Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgen eisers geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan op 9 september 2025 door rechter J. Schaaf. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/28
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] e.a., uit [woonplaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: mr. M.C. Remeijer-Schmitz).

Inleiding

1. Dit proces-verbaal bevat de mondelinge uitspraak van de rechtbank op het beroep van eisers tegen de verleende omgevingsvergunning voor het veranderen van de brandcompartimentering van de woningen [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] in [plaats] ten behoeve van de legalisering van deze drie appartementen.
1.1.
Met het primaire besluit van 11 januari 2023 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Met het bestreden besluit op bezwaar van 22 november 2023 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
1.2.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser] samen met zijn juridisch adviseur [naam 1] , mede-eiser [naam 2] en zijn partner [naam 3] en de gemachtigde van het college.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

3. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3.1.
Er is een omgevingsvergunning verleend met daarin opgenomen een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 30 minuten. Eisers willen bereiken dat dit 20 minuten wordt. Zij hebben echter een aanvraag ingediend waarin staat dat een branddoorslag en brandoverslag van 30 minuten zal worden gerealiseerd. Het college is gehouden om te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. [1] Dit betekent dat het college gehouden was om te beslissen op de aanvraag met daarin opgenomen de branddoorslag en brandoverslag van 30 minuten. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze aanvraag aan het Bouwbesluit 2012 voldoet. Voor vernietiging van het bestreden besluit bestaat dan ook geen grondslag.
3.2.
Ter zitting is besproken dat als eisers alsnog een omgevingsvergunning willen op basis van een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 20 minuten, zij bij het college een daartoe strekkende nieuwe aanvraag kunnen indienen.
4. Omdat het beroep ongegrond is, krijgen eisers het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2025 door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1897.