ECLI:NL:RBDHA:2025:16717

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2025
Publicatiedatum
10 september 2025
Zaaknummer
NL23.14426
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1b VbArt. 62, tweede lid, aanhef en onder a, Vw
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit vreemdeling zonder rechtmatig verblijf

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Kosovaarse vreemdeling tegen een terugkeerbesluit van 14 april 2023. De vreemdeling stelde dat hij onmiddellijk gevolg had gegeven aan de vertrekverplichting en daarom geen terugkeerbesluit kon worden uitgevaardigd.

De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De enkele omstandigheid dat hij naar Kosovo zou zijn vertrokken, weerhoudt niet van het uitvaardigen van het terugkeerbesluit. Verweerder had het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken voldoende gemotiveerd door te wijzen op het niet op de juiste wijze binnenkomen, het onttrekken aan toezicht, gebruik van valse documenten, het ontbreken van vaste woonplaats en onvoldoende middelen van bestaan.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier Ż.A. Meinert op 8 september 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14426

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechter doet een uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Kosovaarse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1984.
2. In het terugkeerbesluit heeft verweerder vermeld dat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, met toepassing van artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vb [1] , als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3g. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiser voert aan dat hij onmiddellijk gevolg heeft gegeven aan de aan hem opgelegde verplichting om onmiddellijk het grondgebied van de Europese lidstaten te verlaten. Er is dan ook geen grond om een terugkeerbesluit jegens hem uit te vaardigen.
4. Vaststaat dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, zodat tegen hem in beginsel een terugkeerbesluit moet worden uitgevaardigd. De enkele omstandigheid dat eiser onmiddellijk zou zijn vertrokken naar Kosovo doet daar niet aan af. Verweerder heeft het risico op onttrekking voldoende gemotiveerd en op grond hiervan een vertrektermijn aan eiser kunnen onthouden. [2]
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl..
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vreemdelingenbesluit 2000.
2.Dit volgt uit artikel 62, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw.