ECLI:NL:RBDHA:2025:16679
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord ondanks verzet schuldeiser
Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €36.329,98 verdeeld over zes schuldeisers. Hij heeft een saneringsakkoord aangeboden waarbij aan schuldeisers een uitkering van circa 28-30% wordt aangeboden tegen kwijtschelding van het restant. Vijf schuldeisers gingen akkoord, maar verweerster, met een vordering van bijna 49%, stemde niet in.
Verzoeker vroeg de rechtbank om verweerster te dwingen mee te werken aan het akkoord (dwangakkoord). De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling deskundig en onafhankelijk was uitgevoerd en dat verzoeker het maximaal haalbare voorstel had gedaan, mede dankzij een BBZ-krediet en zijn maximale inzet in werk.
De rechtbank voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder woog dan het belang van verweerster. Hoewel verweerster stelde dat haar vordering voortkomt uit een niet te goeder trouw ontstane schuld (hennepplantage), oordeelde de rechtbank dat dit geen beletsel is voor toewijzing, mede omdat verzoeker strafrechtelijk is veroordeeld en daarmee gestraft.
Omdat het dwangakkoord wordt toegewezen, is het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) niet langer relevant en wordt dit afgewezen. De rechtbank beveelt verweerster om in te stemmen met het akkoord.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.