Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam1] , eiser 1,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
personal christian cardovergelegd, die [geboortedatum 2] als geboortedatum vermeldt (hierna: doopbewijs). In bezwaar hebben eisers een originele geboorteakte van referent overgelegd, die ook deze geboortedatum vermeldt. Daarnaast zijn ter onderbouwing van de aanvragen geboorteakten van eisers en de huwelijksakte van eiser 1 en eiseres overgelegd.
nova: nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Of indien sprake is van een evident onredelijk besluit. [4]
personal christan card) overlegt, maar ook op dat moment geen melding maakt van de aanwezigheid van zijn geboorteakte die hij desgewenst alsnog naar Nederland zou kunnen laten komen.
Conclusie en gevolgen
Van bijzondere omstandigheden die maken dat de minister in de onderhavige procedure alsnog de geboortedatum van referent had moeten wijzigen is niet gebleken. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat de door referent overgelegde documenten onvoldoende zijn om de door hem gestelde latere geboortedatum te onderbouwen. De minister heeft dan ook niet ten onrechte gesteld dat de BRP gegevens van referent leidend zijn en dat de documenten onvoldoende zijn om een terugmelding te doen aan de gemeente.
Omdat het beroep deels gegrond is veroordeelt de rechtbank de minister in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.267,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van nadere gronden na het nieuwe besluit, met een waarde per punt van € 907,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep deels gegrond;
- vernietigd het bestreden besluit van 21 april 2023;
- bepaalt dat de rechtgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.267,50.
binnen vier wekenna de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.