Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 24 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
De vrouw verzocht de rechtbank om voorlopige partneralimentatie van €4.306 per maand vanaf 24 juli 2025. De man betwistte dit verzoek en stelde dat hij reeds diverse lasten en kosten voor de vrouw betaalt, waaronder de huur van de echtelijke woning en verzekeringen. De vrouw verblijft tijdelijk in Brazilië en heeft inkomsten uit verhuur van een loods, maar haar daadwerkelijke behoefte aan alimentatie is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het op de vrouw rust om haar behoeftigheid te bewijzen. Haar berekening was gebaseerd op een jaar waarin het inkomen van de man hoger was dan in latere jaren, en hield geen rekening met haar eigen inkomsten en vermogen. Ook is niet gebleken dat zij niet in staat is te werken of dat zij tevergeefs heeft geprobeerd werk te vinden.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de man voorlopig de lasten van de echtelijke woning mag blijven betalen, omdat de vrouw geen zekerheid biedt dat zij deze lasten zal overnemen of medewerking verleent aan verkoop van de woning. Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van behoeftigheid.