ECLI:NL:RBDHA:2025:16322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank in september 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister geen besluit genomen, waarop eiseres opnieuw beroep instelde in december 2024. De rechtbank verklaart dit tweede beroep ontvankelijk en gegrond, omdat het procesbelang blijft bestaan zolang geen besluit is genomen en de eerdere dwangsom nog niet volledig is verbeurd.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verhoogt de dwangsom tot € 200 per dag met een maximum van € 15.000 vanwege het uitblijven van een besluit. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van € 453,50. De uitspraak is gedaan op 29 augustus 2025 door rechter M.L. Weerkamp.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.