Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:16319

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
NL24.52247
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor eiseres.

Verweerder heeft bij besluit van 7 maart 2025 meegedeeld dat de ambassade in Istanbul gemachtigd is om de mvv af te geven, waarmee de aanvraag is ingewilligd. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

De rechtbank oordeelt dat eisers vanwege het niet tijdig beslissen terecht beroep hebben ingesteld en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50 en het griffierecht van € 187. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.52247

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer 1]
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor eiseres.
Bij besluit van 7 maart 2025 heeft verweerder meegedeeld dat hij de ambassade in Istanbul heeft gemachtigd om de mvv af te geven.
Eisers hebben meegedeeld bereid te zijn het beroep in te trekken op het moment dat verweerder de proceskosten en het griffierecht zal vergoeden.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Verweerder heeft de aanvraag van eisers ingewilligd. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep voor zover deze gericht is tegen het niet tijdig nemen van het besluit, hebben eisers in zoverre geen procesbelang meer. Dit beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
2. Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op hun aanvraag terecht beroep hebben ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op
€ 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 187 moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
  • bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 29 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.