ECLI:NL:RBDHA:2025:1630
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
De minister van Asiel en Migratie heeft op 20 december 2024 een besluit genomen om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet geanonimiseerd gepubliceerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.