ECLI:NL:RBDHA:2025:16242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en ontbreken gegronde vrees voor vervolging
Eiser heeft in juni 2023 een asielaanvraag ingediend die door de minister in juni 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen deze afwijzing. Eiser voert aan dat hij vanwege ziekte en angst voor vervolging niet kan terugkeren naar China.
De rechtbank stelt vast dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de identiteit van eiser niet geloofwaardig is, omdat eiser meerdere aliassen gebruikte en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn identiteit en het moment van binnenkomst in Nederland. Ook heeft eiser zijn identiteit niet met originele documenten kunnen onderbouwen.
Verder is vastgesteld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar China heeft aangetoond. De minister heeft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond gemotiveerd en de rechtbank volgt dit oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.