ECLI:NL:RBDHA:2025:16221
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het feit dat de rechterlijke dwangsom uit een eerdere procedure nog niet volledig was volgelopen, verzoekster wel procesbelang had. Omdat de minister pas na het indienen van het beroep een besluit nam, kwam hij verzoekster tegemoet.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelde de kosten vast op €453,50. De minister werd veroordeeld deze kosten aan verzoekster te vergoeden.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.