Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.J.J. Roks, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 13 maart 2023 een asielaanvraag in in Nederland, met als grond dat hij bedreigd en afgeperst werd door de criminele bende Trescientos in Colombia. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 9 juli 2024 af wegens het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 juli 2025 en oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat het asielmotief niet valt onder de gronden van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bende als vervolgingsactor optreedt of dat hij onvoldoende bescherming kan krijgen van de Colombiaanse autoriteiten.
Ook het door verweerder aangevoerde binnenlands vestigingsalternatief in Bogota werd door de rechtbank als aannemelijk beschouwd, mede omdat eiser daar zonder problemen heeft verbleven. De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over het ontbreken van bescherming en de onmogelijkheid om aan de bende te ontkomen.
Verder wees de rechtbank het beroep af op de grond dat geen aanleiding was voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier. Het terugkeerbesluit blijft dan ook in stand. Het beroep is daarmee ongegrond verklaard en de asielaanvraag definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.