ECLI:NL:RBDHA:2025:1617
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na gegrondverklaring beroep
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld. De bodemzaak is gegrond verklaard, waarbij de minister is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Gezien de gegrondverklaring van het beroep acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Tevens veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907,00 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.