ECLI:NL:RBDHA:2025:16144
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar Duitsland in asielprocedure
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Duitsland voordat op zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt beslist. Het bestreden besluit van 13 augustus 2025 houdt in dat de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling neemt omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het onderliggende beroep met zaaknummer NL25.38320 inmiddels is afgedaan. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Op grond hiervan is het verzoek om de voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 28 augustus 2025 door de voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen.