ECLI:NL:RBDHA:2025:1613
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoekers, samen met hun minderjarige kinderen, hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 26 november 2024 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting, op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op 17 januari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in een gerelateerde zaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.