ECLI:NL:RBDHA:2025:16111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen het niet in behandeling nemen van een asielaanvraag op basis van de Dublinverordening
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, wordt het beroep van eiseres, een Algerijnse vrouw, beoordeeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De rechtbank behandelt de zaak op 22 augustus 2025, maar eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft de aanvraag afgewezen op basis van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiseres heeft eerder in Duitsland een verzoek om internationale bescherming ingediend, dat op 21 februari 2025 is gedaan. Nederland heeft op 27 juni 2025 Duitsland verzocht om eiseres terug te nemen, wat op 30 juni 2025 is aanvaard.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Eiseres heeft geen objectieve informatie over de situatie in Duitsland gepresenteerd die haar claims ondersteunt. De rechtbank concludeert dat de minister op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiseres heeft ook geen overtuigende argumenten aangedragen waarom haar asielaanvraag inhoudelijk in Nederland behandeld zou moeten worden, ondanks het feit dat haar echtgenoot in Nederland verblijft. De rechtbank wijst het verzoek om de zaak naar een andere zittingsplaats te verwijzen af, omdat dit verzoek te laat is ingediend. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand, zonder vergoeding van proceskosten voor eiseres.