ECLI:NL:RBDHA:2025:16092
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verlengde asielprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie in de verlengde asielprocedure is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 27 juni 2025. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op dezelfde datum heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.29035), waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af als kennelijk ongegrond en bepaalt dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan op 26 augustus 2025 door voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier W. van Loon, en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet bekendgemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.