De rechtbank Den Haag heeft op 12 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengd tot 28 februari 2026. De minderjarige woont bij haar ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben. Na een incident in september 2024 is de vader niet langer welkom in het AZC waar het gezin verblijft, en heeft de minderjarige sinds die tijd geen fysiek contact meer met hem.
De gecertificeerde instelling verzoekt de verlenging omdat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en professionele hulpverlening noodzakelijk is om haar te ondersteunen bij het verwerken van nare ervaringen en de overgang naar regulier onderwijs. De moeder staat ambivalent tegenover hulpverlening, waardoor een gedwongen kader noodzakelijk blijft.
De moeder heeft geen bezwaar tegen de verlenging, al meent zij dat de situatie verbetert. De kinderrechter oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken en verlengt daarom de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.