ECLI:NL:RBDHA:2025:16061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de ROV-3-maatregel opgelegd aan een Salvadoraanse asielzoeker na incident in asielzoekerscentrum
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 28 augustus 2025, wordt het beroep van een Salvadoraanse asielzoeker beoordeeld tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om een ROV-3-maatregel op te leggen. Deze maatregel houdt in dat er gedurende vier weken een bedrag van €14,47 per week van de eiser wordt ingehouden. De rechtbank behandelt het beroep dat op 2 januari 2025 is ingesteld tegen het besluit van 24 december 2024, waarin het COa een incident met middelgrote impact heeft vastgesteld waarbij de eiser zich verbaal agressief heeft gedragen. De rechtbank heeft op 22 augustus 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van het COa aanwezig was.
De rechtbank concludeert dat er onvoldoende aanleiding is om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. Eiser heeft de feiten van het incident niet betwist, maar heeft enkel de context geschetst. De rechtbank oordeelt dat de kwalificatie van het COa van het incident als middelgrote impact terecht is. Eiser betoogt dat de maatregel onrechtmatig is omdat hem zou zijn medegedeeld dat deze voor drie weken zou gelden, maar de rechtbank vindt geen bewijs voor deze claim. Ook de stelling dat hij gedwongen is om het besluit te ondertekenen, wordt door de rechtbank verworpen.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wat betekent dat de eiser ongelijk krijgt en geen schadevergoeding of terugbetaling van griffierecht ontvangt. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Raad van State.